Virtueel Museum Grimbergen

OORLOGEN: van de Middeleeuwen tot 1940-45
 

 

1914-1918: Oorlogsfeiten

Als gevolg van opgelaaide nationalistische gevoelens, grote belangentegenstellingen en een niet aflatende strijd om de hegemonie hadden zich aan het begin van de twintigste eeuw in Europa twee politieke machtsblokken gevormd. Aan de ene kant stonden de Centralen, bestaande uit Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Aan de andere kant de Geallieerden: Frankrijk, Groot-BrittanniŽ en Rusland, welk bondgenootschap toen algemeen Ďde Ententeí werd genoemd.

Men achtte het in die tijd zeer waarschijnlijk dat de voortdurend oplopende spanningen en de daarmee samenhangende bewapeningswedloop uiteindelijk tot een oorlog zouden leiden. Toen de Oostenrijkse troonopvolger aartshertog Franz Ferdinand en zijn echtgenote op 28 juni 1914 te Sarajevo bij een aanslag om het leven kwamen, bleek dat de aanleiding te zijn tot een wereldomspannend gewapend conflict.

Oostenrijk-Hongarije hield ServiŽ verantwoordelijk en verklaarde enige weken daarna de oorlog aan dat land. Vervolgens bemoeide Rusland zich met de situatie door een algemene mobilisatie af te kondigen, waarop Duitsland eveneens mobiliseerde. Nederland volgde ook, maar verklaarde zich tegelijkertijd neutraal te midden van de oorlogsdreiging. Door de onderlinge, vaak geheime afspraken die binnen de beide machtsblokken waren gemaakt, volgden de oorlogsverklaringen elkaar daarna razendsnel op en was er binnen enkele weken sprake van de ĎGrote Oorlogí.

Eind 1914 waren er al tien Europese landen met elkaar in oorlog. Om door de verovering van een kleine Duitse kolonie in China zijn eigen invloedssfeer te vergroten had Japan eind augustus de oorlog verklaard aan de Centralen, terwijl het vele nationaliteiten omvattende Ottomaanse Rijk (Turkije) in de eerste dagen van november oorlogsverklaringen van achtereenvolgens Rusland, ServiŽ, Engeland en Frankrijk had moeten incasseren.

ItaliŽ was verbonden met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, maar hield zich aanvankelijk afzijdig. Daarna maakte het land een politieke ommezwaai en verklaarde op 23 mei 1915 de oorlog aan de Donaumonarchie.

In november 1918 waren uiteindelijk drieŽndertig landen officieel met elkaar in oorlog. Formeel kwam dat neer op 1.500.000.000 mensen: meer dan tachtig procent van de toenmalige wereldbevolking. Wereldwijd bleven slechts twaalf landen neutraal.

Behalve in West-Europa ontstonden er ook in KarinthiŽ, de oostelijke Alpen, Rusland, de Balkan, Turkije en het Midden-Oosten fronten waar de Grote Oorlog uitgevochten werd. In totaal vielen er als een direct gevolg van de oorlogshandelingen bijna tien miljoen doden; het aantal lichamelijk en geestelijk gewonden liep op tot ongeveer twintig miljoen.

Bron: Beigem Brandt